Het vluchtige krioelen van de mens onder mijn kruin, het jachtige handelen gericht op snel effect, het kappen kappen kappen voor iets wat hem zo handig lijkt. Au.
Ken uw plaats, mens.
Eeuwen deed ik erover om hier te landen, te ontspruiten, weer en wind te doorstaan, me tegen hongerige hertenbekken te weren, met mijn wortels naar voeding te tasten, zoeken, vinden, me op te richten naar het licht en mijn stam te sterken. Nu sta ik kranig, ogenschijnlijk stil, terwijl ik neem en ik geef, ik dien en word geholpen. Ik ben, essentieel.
Kom maar mens, laaf je maar. Lig maar neer en laat je koesteren. Adem