Look at you 02


Onderdeel van de serie ‘Look at you’ is een onderzoek naar sluieren en de reacties daarop. In dat kader droeg Sara in de zomer van 2010 gedurende een week buitenshuis een niqaab: de alles bedekkende zwarte sluier, inclusief handschoenen en gaas voor de ogen. Ze liep over de Haagse markt en door Vinex-wijk Ypenburg, begaf zich in de bieb en het openbaar vervoer. Daarbij probeerde ze de blikken van mensen vast te leggen met een minuscule filmcamera die in de sluier verborgen zat, en met behulp van een fotograaf. In de dagboekfragmenten hieronder beschrijft Sara haar ervaringen en haar bespiegelingen daarop, die meanderen tussen eenzaamheid en een gevoel van vrijheid.

De serie werken ‘Look at you’ is een onderzoek naar hoe mensen elkaar bekijken, beoordelen en contact maken in relatie tot wat zij wel of niet dragen. De serie bestaat uit tien uiteenlopende projecten die werden gerealiseerd tussen 2010 en 2012.

Fotografie: Anaïs López

///

Dagboek van week 27, 2010

Dag 1
Noortje belt, Nermin wil wel met me naar de Haagse Markt. Ik kleed me daar om en er ontstaat meteen een discussie tussen een Nederlandse, een Surinaamse, een liberale moslima zonder hoofddoek en Nermin, die een hoofddoek draagt. Zij is het meest zonder oordelen, de rest is faliekant tegen sluieren. Met Nermin loop ik naar de tram. We worden aangesproken met Salaam-aleikum door een vrouw die Nermin kent, ik stamel wat terug. / Op de markt wordt ik veel aangekeken en begluurd. Ik zie alleen de mensen recht voor me maar Nermin zegt dat de mensen juist naast en achter me flink staan te kijken. Turkse vrouwen kijken vreemd naar haar, omdat ze Nederlands met mij praat. / Ik wacht bij een kraam als Nermin een bloesje past en voel plotseling een paar vingers op mijn arm. Het is een vrouw die van achter aan kwam lopen en even aan de stof wilde voelen, ze dacht dat ik alleen een jurk was. Ze verontschuldigt zich en we moeten allebei lachen. / Mensen lijken zich niet te realiseren dat ik ze door de stof heen gewoon versta. Ze zeggen dingen als: “Dat is toch te gek voor woorden” en “Ik schrok me rot”, maar ze praten alleen tegen elkaar, niet tegen mij. / Ik wil naar huis, het is warm en mijn abaya zakt scheef, Nermin heeft de spelden er te voorzichtig in gedaan. Vooral de panty en de handschoenen maken me benauwd, die zitten strak. / Mensen op straat en in de tram kijken naar me zonder dat ik het zie, ze kijken om me heen. Ze zien me van een afstand en kijken dan weg als ze in de buurt zijn, het gaat heel geraffineerd.

Dag 2
Ik had het helemaal gehad gisteravond en zag flink tegen de rest van de week op. Nu gaat het wel goed, vanmorgen bij de bushalte stond er een lekker windje en voelde ik me prima, nu in de trein krijg ik weer de zenuwen in mijn buik en een hoge, korte ademhaling. Dat je steeds je eigen uitademing ook weer inademt maakt het wel benauwd. / Ik twijfel steeds over of ik nou in niqaab naar mijn afspraak met Eva Bauermann in het museum moet gaan of niet. Het lijkt me leuk haar reactie te zien, maar even lekker op de fiets en geen ontwijkende blikken lijkt me heerlijk. / Ik draag de niqaab nu over de abaya in plaats van er onder. Dat voelt fijner, steviger en ook iets luchtiger, maar ik ben wel bang dat de voorkant van de sluier opwaait en mijn blote hals zichtbaar is. Waarom ik daar nou bang voor ben…? / Ik ben met de fiets naar het museum gegaan, zonder niqaab, in een beetje laag uitgesneden jurkje. Het was een vreemde gewaarwording. Binnen vijf minuten had ik al drie reacties van mannen naar mijn hoofd. Luid toeterend haalde een scooter met twee 16-jarigen me in, vervolgens floot er een bouwvakker en “scande” een man me van top tot teen en zei goedkeurend “Hállooo!” / Ik voelde me weer ongemakkelijk en vroeg me af of dit nou vrijheid is, is dat dan waar we allemaal voor strijden, er zo bloot bij te lopen als je wil? Je kan de reactie van de ander niet controleren, en een man uit zijn “goedkeuring” vaak op een lompe en seksistische manier. Het was zo gek nog niet in die niqaab.

Dag 3
Tot nu toe zijn de enige twee mensen die lieten blijken dat ze me zagen, zonder oordeel, twee jongens van mijn eigen leeftijd geweest, beetje alternatieve types. Gister knikte één me toe, heel subtiel, het was meer een zachtjes dichtknijpen van de ogen. Het was prettig, er sprak uit dat hij zag dat ik een mens ben en geen wandelende lap. Vandaag was die tweede jongen, zelfde type, hij glimlachte voorzichtig naar me. Het was heel fijn, ik voelde me gezien. Later dacht ik dat het ook een soort positieve discriminatie zou kunnen zijn. Ik ken dat van mezelf ook wel, dat ik glimlach naar een vrouw in niqaab of naar een gehandicapte. Een vreemde vergelijking misschien, maar zo voelt het soms wel, omdat mensen je heus wel zien, zouden willen staren, dat niet vinden kunnen en dus maar doen of je er niet bent. / Over dat glimlachen naar een gesluierde vrouw: het gevoel dat je haar daarmee wil geven: ”Ook al ben je anders dan ik, ik vind het prima dat je er bent”, heeft voor de schenker er van achteraf ook vaak juist weer iets ongemakkelijks, alsof zij daar op zou zitten te wachten. Wel, ik weet het nu, ook al is het positieve discriminatie, ik zit er in ieder geval wel op te wachten. Het is fijn om niet genegeerd te worden, maar bevestigd te worden in het feit dat je bestaat. / Ik wilde naar de bieb maar stapte per ongeluk in lijn 12. Toen maar even een stukje over de markt, hopend dat ik de reacties deze keer kon filmen. Het is nogal een gedoe om dat cameraatje goed vast te krijgen en soms lijkt ‘ie zelf te stoppen tijdens het filmen. Maar wat een geluk toen ik na de markt in tram 6 stapte, ik zat pal achter een vrouw in niqaab en haar man! Ze zaten te kletsen over beltegoed en huishoudelijke dingen, heel zacht. Het had iets intiems, ook om zo achter ze te zitten. Zij had mij niet gezien (je ziet blijkbaar toch niet zo veel als ik dacht) maar hij wel uit zijn ooghoek. Pas toen ik opstond om uit te stappen en een beetje in haar blikveld ging staan keek ze naar me op en glimlachte ze naar me. Dat was echt heel fijn. Het gaf me een gevoel van herkenning en kracht, ‘zij doet dit ook, we moeten ons niet laten kennen’ of zoiets. Later baalde ik dat ik haar niet had aangesproken, dit was de perfecte en misschien wel enige manier om makkelijk met een vrouw in niqaab in contact te komen. / Ik loop de bieb binnen, in de draaideur met een moeder en haar zoontje. Ze lijkt het niet prettig te vinden. Zodra de man van de beveiliging mij ziet, zegt hij zo onopvallend mogelijk iets in zijn microfoontje. Ik zou het me kunnen inbeelden maar het lijkt wel alsof hij zijn collega’s even tot alertheid oproept. / De vrouw bij wie ik “Een goede man slaat soms zijn vrouw” van Joris Luijendijk retourneer reageert niet als ik zeg dat ik het een heel leuk boek vond. Misschien heeft ze me niet verstaan. Ik was van plan om nog wat boeken te gaan uitzoeken maar voel me ongemakkelijk en besluit te gaan. / Bij de tramhalte is een man gevallen. Iemand die de tram wil halen rent snel langs hem heen. Als hij bijna helemaal rechtop staat ben ik pas bij hem, ik vraag hem of hij hulp nodig heeft en pas tijdens zijn antwoord dat het wel weer gaat kijkt hij naar mij. Ik verwacht schrik, zoals ik zie in de ogen van mensen die me plotseling zien staan, maar hij is heel dronken en zijn gezicht vertoont geen spoor van schrik of verbazing, hij is volkomen in zichzelf gekeerd. / Als ik aankom bij mijn atelier loop ik langs de portier en zeg hallo. Hij zegt ook hallo en verder niets. Hij vraagt niet voor wie ik kom en of ik een pasje heb, de dingen die de portiers normaal aan de mensen vragen. Ik had wel een bom onder mijn sluier kunnen hebben, die jongen zal nu wel met angst en beven zitten te wachten tot ik het gebouw verlaat zonder dat er iets geëxplodeerd is :-). Of hij is gewoon heel goed van vertrouwen, dat zou natuurlijk ook nog kunnen… / Net moest ik hollen voor de tram. Er was een man die me zag aankomen en de deur blokkeerde zodat ik de tram zou halen.

Dag 4
Het dragen van de niqaab valt me steeds minder zwaar. Het is nog steeds warm, onhandig en benauwd, maar het lijkt of niet alleen ik maar ook de mensen op straat er aan beginnen te wennen. Het lijkt of de blikken minder afkeurend zijn, maar misschien heeft het vooral met mijzelf te maken. Ik voel nu ook wel rust als ik de niqaab draag. Niemand ziet mij en ik kan me in mezelf keren, hoef niet bezig te zijn met hoe mijn haar zit of dat mijn rokje te kort is, ik hoef geen rekening te houden met de ander. / Gister in de tram gebeurde er iets vreemds. Een jonge man ging vlak bij me staan in het gangpad en maakte heel rustig met zijn telefoon een foto van me. Toen liep hij zonder nog naar mij te kijken weg. We moesten er bij dezelfde halte uit en ik liep net als hij de Weimarstraat in. Ik voelde me net zoals in India, als mensen ongevraagd van dichtbij een foto van je maken. Het is een vreemde gewaarwording. Maar in India is de cultuur zo anders dat zoiets geen lading heeft. Wat die man nu in de tram deed voelde onbeschoft. Ik wilde hem laten voelen hoe het is als iemand je als object behandeld, als iets grappigs dat je aan je vrienden kunt laten zien, zonder je er om te bekommeren ten koste van wie dat gaat. Ik liep snel en toen ik hem inhaalde maakte ik van opzij een foto van hem met mijn telefoon. Maar waar ik verbazing of misschien zelfs verontwaardiging zoals ik zelf had gevoeld had verwacht gebeurde er iets geks, hij lachte en gaf me een knipoog! Hij was verdomme met me aan het flirten! Ik liep door zonder om te kijken en voelde schaamte. / Ik loop over de Regentesselaan, het chique gedeelte. Een vrouw op een bakfiets met drie kinderen er in passeert me. Een meisje met blonde paardenstaartjes en een rood wit gestipte zonnebril roept met een mengeling van plezier en ongeloof: “Kijk mama, een spook!” / In Utrecht Ondiep hangen de straten vol oranje vlaggetjes, staan de tuinstoelen en kratten bier op straat en schalt André Hazes door de achtertuinen. Op het moment dat ik door de wijk loop zitten er niet veel mensen op straat. Ik vind het jammer voor de filmopname maar ben ook wel een beetje opgelucht. Luister ik nu naar mijn eigen vooroordelen of naar mijn gezond verstand? Ik weet niet meer waar de grens tussen die twee ligt. Ik heb zo veel mensen gesproken die me waarschuwden, maar waarvoor dan eigenlijk bleek bij doorvragen onduidelijk. “Nou gewoon, ja, je lokt misschien toch iets uit…” Ja natuurlijk lok je iets uit, een reactie, maar waarom die bedreigend zou zijn is niet gestoeld op voorbeelden of ervaringen. Zou dit meer zeggen over degene die me waarschuwt dan over degene voor wie ik gewaarschuwd word? / Een paar (Surinaamse?) vrouwen stoten elkaar aan als ze me zien en terwijl ze luid lachen loop ik stoïcijns voorbij. Ik word steeds rustiger, de niqaab begint als een schild te werken. Een schild tegen de reacties die hij zelf oproept.

Dag 5
Het is een van de heetste weken van het jaar, maar vandaag spant met 32⁰ C de kroon. Ik heb na lang twijfelen besloten de niqaab vandaag niet te dragen. Ik vond het van de week met 24⁰ C al nauwelijks uit te houden. In plaats daarvan draag ik mijn kortste, strakste en laagst uitgesneden jurkje. Het ongemak waarmee ik nu over straat ga is heel anders maar niet minder aanwezig. Ook vandaag ben ik me van elke blik bewust en dat voelt ook nu niet prettig. Een paar keer passeer ik een groepje mannen, lunchende bouwvakkers, die niet anders gewend zijn dan te staren. Maar ook alle andere mannen in wiens blikveld ik beland laten hun blik ook nét iets langer dan noodzakelijk rusten. Ik begin steeds meer te begrijpen dat ze er echt niets aan kunnen doen, het gaat vanzelf: er fietst een mooie vrouw voorbij en in een fractie van een seconde beslis je of ze de moeite waard is om je mee voort te planten. Het is zó primitief, waarom reageer ik dan zo krampachtig? Ik trek mijn rokje een beetje omlaag, kijk demonstratief de andere kant op en trap net iets harder door. Of is dat mijn primitieve reactie? / Ik kan en wil geen conclusies trekken of het gedrag van de mensheid verklaren. Maar er zijn wel veel dingen die me opvallen. In niqaab zijn het vooral vrouwen die kijken, vaak met een misprijzende blik. Alsof ik alle vrouwen van de wereld beledig door de niqaab te dragen en mijn lichaam te bedekken. De mannen laten me meer links liggen. In mini-jurk zijn het juist de vrouwen die geen aandacht aan me besteden. De mannen daarentegen werpen me soms blikken toe die boekdelen spreken. / Kun je het ze kwalijk nemen? Of vraag ik er echt om door me zo te kleden? En waarom kan ik er niet van genieten? Het is toch leuk als iemand anders je mooi vindt? Het gaat denk ik om de condities, of je zelf de controle hebt. Een fotomodel vindt het leuk om bekeken te worden als zij beslist en instemt met het bekeken worden. Op straat heb je geen controle. Maar wanneer wordt het voor de kijker duidelijk dat zijn/haar blik niet gewenst is? Als je gehandicapt of mismaakt bent, dan wendt de kijker zijn blik af en doet net of er niets aan de hand is (kinderen trouwens niet). Bij een vrouw in niqaab werkt het ook zo. Een vrouw in een korte jurk vraagt er blijkbaar om en moet dan de consequentie van fluitende bouwvakkers maar voor lief nemen.